Mediagebruik door jongeren: technofielen versus technofoben

Twintig jaar geleden is het allemaal begonnen: het commerciële internetgebruik zoals wij dat vandaag kennen. Een dag zonder e-mail, Google of Facebook is voor veel van ons als een dag zonder middagmaal – hoogst uitzonderlijk, en we halen de achterstand zo snel mogelijk weer in. Met “ons” bedoel ik vooral degenen die geboren zijn in of na de jaren ’80 en dus zijn opgegroeid met toegang tot computers en internet. Deze groep wordt ook wel de digital natives of de millenials genoemd. Maar wat betekent dit voor de generatie die is opgegroeid met internet, smartphones en ipads? Maken smartphones gebruikers dom?

children-and-technology

 

Mediagebruik in het onderwijs

Hoe enorm de groei van het internet sinds de jaren ’90 is geweest wordt pas echt duidelijk wanneer we de cijfers bekijken. In 1995 waren er ongeveer vier miljoen computers met toegang tot het internet. In 2000 waren dit er 100 miljoen, en vandaag zijn er ongeveer 900 miljoen apparaten (computers, tablets,… ) actief op het internet. Nieuwe media maken voor steeds meer mensen een steeds groter deel uit van hun leefwereld. Dit geldt vooral voor de nieuwe generaties, die er van kinds af aan mee vertrouwd geraken. In scholen wordt hierop ingespeeld: nieuwe media (technologieën) worden in het onderwijs steeds meer gebruikt als leerinstrumenten. In de meeste staten van de VS werd pen en papier geschrapt van het leerplan van de lagere school. Er wordt massaal ingezet op een nieuwe manier van les geven en krijgen: door middel van computers, tablets en het internet. Technofielen, ook wel technopositivisten of utopisten genoemd, zien vooral de positieve kanten van deze ontwikkeling. Zij vinden dit de manier voor de toekomst, die voor innovatie en verbetering zal zorgen. Er wordt meer informatie aangeboden, die bovendien sneller bereikt kan worden. Dit geldt bovendien voor verschillende groepen, (meestal) onafhankelijk van hun geslacht, ethniciteit of socio-economische status. Iedere persoon kan daardoor zelf bepalen welke informatie hij belangrijk vindt en kan zo tot zijn eigen conclusies komen. Prensky (2001) zegt dat digital natives bovendien een compleet nieuwe set aan cognitieve capaciteiten en leerstijlen hebben ontwikkeld. Leren is niet langer een lineair, individueel proces waarbij informatie wordt verzameld vanuit één bron. In plaats hiervan wordt er collectief naar informatie gezocht, dewelke dan wordt gefilterd en uiteindelijk tot een synthese gebracht.

Hoewel, er is ook een andere kant van het verhaal, dat minder verteld wordt. Volgens onder andere Njenga en Fourie (2008) worden de voordelen van mediagebruik in scholen vooral belicht door technopositivisten met een eigen economische, sociale, politieke of andere agenda. Hierbij halen ze bijvoorbeeld een quote van Apple aan: “At Apple, we believe the effective integration of technology into classroom instruction can and will result in higher levels of student achievement”. Volgens Njenga en Fourie wordt er lesgegeven met gebruik van media (technologie), maar niet voldoende over media (technologie).

Digitale dementie

De vele onderzoeken en publicaties over invloeden van het opgroeien als digitial native verraadt het vermoeden dat opgroeien met nieuwe media en nieuwe media technologie mensen verandert. Deze groep zou fundamenteel verschillen van degenen die geboren werden voor 1980, ofwel de “digital immigrants”.

Veelvuldig internetgebruik, of zelfs internetverslavingen, kunnen zorgen voor persoonlijke en professionele problemen, bijvoorbeeld wanneer er tijd wordt verspild of mensen op hun werk/werk afgeleid zijn en minder productief worden. Psychiater Manfred Spitzer (2013) gaat echter nog verder. Volgens hem maakt mediagebruik op jonge leeftijd de hersenen lui. Hij vergelijkt dit met het gebruik van auto’s: dankzij de snelheid en het gebruiksgemak gebruiken we auto’s wanneer we eigenlijk ook te voet of met de fiets hadden kunnen gaan. De auto neemt al het werk over, waardoor onze benen minder sterk worden. Op dezelfde manier nemen computers, digitale media en TV werk over van de hersenen. Dit heeft vooral grote gevolgen voor hersenen die nog in ontwikkeling zijn. Kinderen dienen, volgens Spitzer, zoveel mogelijk te werken met pen en papier – hierdoor onthouden ze dingen beter. Ook het lezen van boeken is volgens hem dé manier om kinderen te laten lezen. Bij het online lezen van teksten kan er doorgeklikt worden van de ene website naar de andere, wat niet zou bijdragen aan het leerproces van kinderen. De “digitale dementie” die volgens hem tot stand komt bij deze e-generatie is volgens hem bijzonder moeilijk om te keren. Daarom noemt hij het gebruik van computers op jonge leeftijd zelfs misdadig. Klik op deze link om Spitzer aan het woord te horen over digitale dementie.

De jeugd van tegenwoordig

Veranderingen van tradities roepen vaak weerstand op. De opkomst van TV en de blootstelling aan geweld die dit met zich meebracht werd bijvoorbeeld ook beantwoord met angst over de invloed hiervan op de nieuwe generatie. Dit debat doet denken aan de spreekwoordelijke “jeugd van tegenwoordig” in contrast met het geloof dat alles vroeger beter was. Spreken over de problematische jeugd van tegenwoordig heeft altijd bestaan, zoals geïllustreerd wordt in de onderstaande quote:

“De jeugd van tegenwoordig houdt alleen maar van luxe, heeft slechte manieren en veracht de autoriteit. Zij heeft geen respect    voor oudere mensen. De jeugd verpraat de tijd terwijl er gewerkt moet worden, schrokt bij de maaltijden het voedsel naar binnen, legt de benen over elkaar en tiranniseert de ouders…” (Socrates, 469 v.C. – 399 v.C.).

Persoonlijk heb ik dan ook de neiging om waarschuwingen zoals die van Spitzer met een korrel zout te nemen. Tegelijkertijd kunnen de vele onderzoeken over de effecten van mediagebruik niet zomaar genegeerd worden. Er valt nog veel te leren en onderzoeken over dit thema. Ondertussen hou ik het zelf bij het motto: alles in moderatie.


Bronnen:

Carpenter, B.E. (2013). Network Geeks: How They Built the Internet. Dordrecht: Springer.

Margaryan, A., Littlejohn, A. & Vojt, G. (2010). Are digital natives a myth or reality? University students’ use of digital technologies. Unpublished dissertation, Caledonian Academy, Glasgow, UK.

Njenga, J.K. & Fourie, L.C.H. (2010). The myths about e-learning in higher education. British Journal of Educational Technology, 41(2), 199-212.

Prensky, M. (2001). Digital natives, digital immigrants: do they really think differently? On the Horizon, 9(6), 1–6.

Spitzer, M. (2013). Digitale dementie. Amsterdam: Atlas Contact.

http://www.knack.be/nieuws/belgie/computers-op-school-zijn-misdadig/article-normal-98355.html

http://datanews.knack.be/ict/digitale-dementie-gebrek-aan-structuur-en-durf/article-opinion-276729.html

http://www.lonerwolf.com (afbeelding)

Advertenties

One thought on “Mediagebruik door jongeren: technofielen versus technofoben

  1. Pingback: Is online activisme een excuus voor luie mensen om eigenlijk niets te doen? | Roxane

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s