Wat vinden we NIET via Google?

Dankzij het internet ligt er een wereld aan informatie aan onze voeten – aan onze vingertoppen eigenlijk. Waar gaan we heen wanneer we informatie willen zoeken op het internet? Voor mij is het antwoord er onmiddellijk: ik surf even naar Google. Vogens een onderzoek door Keel en Bernet (2005) gebruiken journalisten Google in 97% van de gevallen als zoekmachine. Dit is nochtans niet de neutrale keuze die het lijkt te zijn. Google biedt ons geen originele data aan: er wordt gewoon verwezen naar iets anders dat al online gepubliceerd werd. Dit heet de self-referentiality van het internet. Tussen de bestaande websites wordt een rangschikking gecreëerd, die ons klikgedrag gaat beïnvloeden, en zo ook de informatie waar we (niet) aan blootgesteld worden.

Hoe belangrijk is het internet voor journalisten?

Nieuws zoeken, en vooral ook ve-ri-fi-ce-ren! Het nauwgezet checken van informatie en bronnen is één van de belangrijkste werkprincipes van journalisten. Hoe kunnen journalisten anders waarheidsgetrouwe informatie aanbieden? Journalisten spenderen gemiddeld 43% van hun werkdag aan onderzoek. 46,7% van deze tijd, het grootste deel, werd besteed aan het zoeken en selecteren van aanvullende bronnen en informatie. Slechts 5,5% (of 11 minuten) van de tijd wordt gespendeerd aan verifiërend onderzoek (Machill & Beiler, 2009). Hiervoor zijn zoekmachines, of search engines, op het internet het belangrijkst. Volgens deze zelfde studie gebruiken journalisten hiervoor het meest van de tijd de telefoon en andere “traditionele” zoekinstrumenten. Het internet wordt aanvullend op “traditionele” middelen zoals de telefoon gebruikt wanneer dit de efficiëntie kan verhogen (Machill & Beiler, 2009). Uit het onderzoek bleek ook dat er minder tijd wordt besteed aan het internet dan aan traditionele zoekinstrumenten. Een verklaring hiervoor is het verschil in efficiëntie.

Google-ization

Waar er voor de komst van het internet en andere nieuwe communicatiemiddelen tijd werd besteed aan het verzamelen van informatie, is er nu eerder sprake van een information overload, waarbinnen er gericht gezocht moet worden. Kunnen kiezen en selecteren uit het aanbod is de regel, niet de uitzondering. Het internet kan gebruikt worden om dit tijdsefficiënter te maken door middel van search engines of zoekmachines. In het Duitse onderzoek van News aktuell (2002) bleek dat 82% van de zoekopdrachten op het internet gebruik maakte van zoekmachines. Zoekmachines, waarvan Google de voornaamste is, worden vooral gebruikt voor het vinden van informatiebronnen. Op deze manier hebben search engines een grote impact op de informatie die journalisten vinden. Verder bleek dat veel van de journalisten uit het onderzoek slechts een beperkt aantal search engines gebruiken voor het vinden van al hun informatie (Machill & Beiler, 2009). Uit het onderzoek van Keel en Bernet (2005) bleek zelfs dat er slechts in 3% van de gevallen andere zoekmachines dan Google werden gebruikt. Volgens Machill en Beiler kunnen we spreken van een Google-ization.

Selecties door Google

Belangrijk om even bij stil te staan is dat er ook bij Google wordt geselecteerd! Waarheen zal het ons verwijzen? Welke informatie wordt aangeboden? In welke volgorde? Dit gebeurt niet arbitrair, maar door het gebruik van selectieprocessen en algoritmes. Wat het meest gekend is, het meest gevestigd en het meest geciteerd zal bovenaan staan. Hierdoor wordt op deze links het vaakst geklikt. De cirkel is rond: de positie van de link wordt verstevigd. De volgende die op zoek is naar hetzelfde thema krijgt opnieuw dezelfde weblinks voorgeschoteld. Tegelijkertijd hebben bepaalde websites (en de hierop beschikbare informatie en perspectieven) geen kans om vanboven aan de Google-lijst te prijken (Machill & Beiler, 2009). We kunnen dit vergelijken met het psychologische concept confirmation bias. Confirmation bias verwijst naar de neiging van mensen om te zoeken naar en aandacht te besteden aan informatie die bevestigt wat we al weten/kennen. Tegelijkertijd hebben we de neiging om informatie die deze gevestigde ideeën tegenspreken te negeren. Door de selecties van Google kan er een scheeftrekking ontstaan in het beeld dat gevormd wordt over een bepaald thema (Machill & Beiler, 2009).

Rond en rond

Theofielen (mensen die overtuigd zijn van de positieve meerwaarde van het internet) zeggen dat het internet mogelijkheden biedt voor innovatie en om voordien ongehoorde stemmen te verspreiden. Maar dit lijkt eerder een utopie dan de realiteit. Nieuwsmedia nemen artikels van elkaar over, Google stuurt ons steeds naar de populairste informatie, en afwijkende meningen hebben de neiging te verdwijnen in de massa. Bijna altijd wordt door iedereen hetzelfde beperkte aantal bronnen gebruikt. De informatie wiens positie steeds wordt verstevigd, laten we het de “elite-informatie” noemen, verwijst naar gelijkaardige sites, en uiteindelijk gaan we rond in een cirkeltje zonder ooit op iets nieuws te stoten.


Bronnen:

Keel & Bernet (2005). Journalisten Im Internet 2005. Eine Befragung vond Deutschschweizer Medienschaffenden zum beruflichen Umgang mit dem Internet, http://www.iam.zhwin.ch/download/Studie_2005.pdf.

Machill & Beiler (2009). Journalism Studies, Vol. 10, No 2, 178-203. Routledge Taylor & Francis.

News Aktuell (2000). Media Studie 2000, http://www.newsaktuell.de/de/mediaevents/mediastudie.htx.

News Aktuell (2002). Media Studie 2002, http://www.newsaktuell.de/de/mediaevents/mediastudie.htx.

News Aktuell (2007). Media Studie 2007, http://www.newsaktuell.de/pdf/mediastudie2007.pdf.

Advertenties

2 thoughts on “Wat vinden we NIET via Google?

  1. Hey Roxane,

    Je blog ziet er prima uit en ik merk in deze post dat je vooruitgang hebt gemaakt in het schrijven. Laat ik jou een paar trucs verklappen.

    Je mag gerust loskomen van de theorie. Je bronnen zijn in orde, maak je daar niet druk om. Ze dienen als uitgangspunt. De kunst is om er je eigen verhaal mee te vertellen. Dat verhaal moet èrgens nog verband houden met de cursus natuurlijk :-p

    In je vorige posts heb je jouw mening telkens bewaard voor de laatste alinea. Dat mag al eerder. In de openingsalinea kan je al een voorsmaakje geven.

    Als lezer ben ik erg benieuwd naar de empirische ondervindingen van Roxane (2014). Je kan vertellen hoe je zelf omgaat met Google en nieuwe media. Hoe concreter en persoonlijker je schrijft, hoe boeiender (en je zal heel goeie punten scoren voor dit vak).

    Wat je ook kan doen, als er te veel theorie op je afkomt, is één bepaald onderwerp uit de cursus kiezen en daar een post aan besteden.

    Voila, aanbevelingen voor jou, uit het vorige academiejaar.
    Maak er iets moois Roxanes van.

    Tom

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s