Our way or the highway

Ik wil het graag even hebben over het woordgebruik in mijn vorige blog. Wanneer we denken aan een digitale kloof, worden er twee groepen gecreëerd: de “haves” en de “have-nots”. Hierbij worden er twee tegenovergestelde categorieën tegenover elkaar gezet. Het probleem is dat dat weinig ruimte laat voor nuances, complexiteit of contextuele elementen.

Verder hebben we (oké, ik) tot nu toe de veronderstelling gemaakt dat één van deze posities wenselijker is dan de andere. Ik heb dus een normatief oordeel geveld en deze heb ik bovendien voorgesteld als vanzelfsprekend. Deze denkwijze wordt nog riskanter wanneer we het globaal gaan toepassen en kijken naar “het Westen” en “het Noorden”, waarin nieuwe media toegankelijker is dan in “het Oosten” en “het Zuiden” en automatisch veronderstellen dat het onze het streefdoel dient te zijn voor het hunne.

Etnocentrisme: een ver-van-mijn-bed-show?

Ik vind het moeilijk om mezelf als etnocentrisch te beschouwen, maar soms betrap ik mezelf toch op het wij-zij denken waar ik het in deze blog over wil hebben. Volgens Van Ginneken (2002) is dit niets om me voor te schamen – etnocentrisme zit in ons hoofd. Het is universeel. Het is één van de methodes die wij gebruiken om een zekere structuur aan te brengen in de chaotische wereld om ons heen. Samengevat gaat het over de creatie van een polariteit tussen onze eigen groep en “de anderen”, waarbij we onszelf zien als belangrijker, beter en juister.

Voorbeeld: in de populaire TV-serie “Lost” wordt er enkel naar het dreigende vijandsbeeld verwezen als “the others”.

De subjectiviteit van West en Noord, Oost en Zuid

Dit etnocentrisme wordt ook gereflecteerd in schijnbaar onschuldige woorden van ons taalgebruik. Zo zijn “noordelijke” en “westelijke” landen niet op natuurlijke wijze vastgelegd. Wij hebben dit, als mensen, zelf gekozen bij het tekenen en verspreiden van de wereldkaart. Er bestaan verschillende versies van wereldkaarten, die ook andere vormen van etnocentrisme tonen, maar in de (ons) bekendste wereldkaarten kan westers etnocentrisme worden teruggevonden. Onze kijk op de wereld is met andere woorden subjectief – en er bestaan nog veel andere perspectieven.

“De noordelijke landen staan bovenaan: ze worden letterlijk voorgesteld als ‘superieur aan de Zuidelijke landen, zo heet het, zij ‘domineren’ ze. De ‘meest ontwikkelde’ landen worden vaak links bovenin of midden bovenin geplaatst, hetgeen ze een soort ‘natuurlijk primaat’ lijkt te geven binnen die culturen die van boven naar onder en van links naar rechts lezen” (Van Ginneken, 2002)

    672.120_Wereldkaart_Staatkundig_MercatorWereldkaart_435_Lowres_0Wereldkaart_433_Lowres

Van Ginneken (2002) geeft nog andere voorbeelden, zoals de plaatsing van de nulmeridiaan, “het middelpunt” met “het nuluur”, in Engeland. Dit is op geen enkele manier natuurlijk bepaald. Mensen hebben dit gekozen. We maken bovendien subjectief gebruik van de termen West en Oost. Als de nullijn in Engeland ligt, hoort het grootste deel van Europa bij het Oosten, terwijl dat nooit op deze manier gezegd wordt – “het Oosten” is gereserveerd voor “hun”, niet voor “ons”. Bijklanken die we toeschrijven aan “het Oosten” zijn vaak woorden zoals overbevolkt, oud, donker, conservatief, sinister; wanneer we denken aan “ons” in “het Westen” denken we aan demogratisch, progressief, nieuw, verlicht, ruimdenkend (Van Ginneken, 2002).

Een ander voorbeeld van etnocentrisme vanuit het westen is door het rangschikken van rijke en arme landen als “eerste-”, “tweede-“ of “derdewereldlanden”. Er wordt een hiërarchie gebruikt bij termen als eerste, tweede, derde, … . Anders gezegd is de eerste wereld hoogontwikkeld en de derde wereld moet nog ontwikkelen (de tweede wereld zweeft ergens tussenbeide). We noemen deze derdewereldlanden dan ook “ontwikkelingslanden”.

Alternatieve termen

einclusion.hu

Dit is een patroon dat gevaarlijk dichtbij komt wanneer we spreken van in-group en out-group of haves en have-nots. Een alternatief is om te spreken van een continuüm van verschillende toegangsniveaus tot technologie. Wij, in het (zogenaamde) Westen, bevinden ons aan de “informatierijke” kant van het continuüm. Op globaal niveau is er een duidelijke ongelijkheid in de toegang tot informatietechnologie. Zo waren er in 2009 minder mensen van het Afrikaanse continent (waar bijna een biljoen mensen wonen) een internetabonnement dan in Frankrijk (met ongeveer 66 miljoen inwoners). In mijn vorige post hield ik een betoog voor het bevorderen van de toegang tot technologie in andere, vaak armere, landen. Technologie belichtte ik voornamelijk als catalisator voor sociale, politieke en/of economische veranderingen. Een valkuil hierbij is om deterministisch te gaan denken. Is onze manier de enige manier? Is technologie een noodzakelijke voorwaarde voor verandering?

Er moet steeds ruimte zijn voor nuancering. Zo bestaan er ook informatie want-nots. En dan heb ik het niet alleen over mijn grootmoeder. In plaats van de termen haves en have-nots, die normatieve implicaties hebben en de indruk geven van een simplistische wit-zwart situatie, kunnen we bijvoorbeeld spreken over technologische “zones van stilte” (Potter, 2006).


Bronnen

– Ganesh, S. & Barber, K.F. (2009). The silent community: Organizing zones in the digital

divide. Human Relations, 62(6), 851-874.

– Gunkel, D.J. (2003). Second thoughts: Toward a critique of the digital divide. New

Media & Society, 5(4), 499-522.

– James, J. (2005). The global digital divide in the Internet: Developed countries

constructs and Third World realities. Journal of Information Science, 31(2), 114-123.

– Potter, A.B. (2006). Zones of silence: A framework beyond the digital divide. First

Monday, 11(5), opgehaald van

http://firstmonday.org/htbin/cgiwrap/bin/ojs/index.php/fm/article/view/1327/1247

– Sassi, S. (2005). Cultural differentiation or social segregation? Four approaches to the

digital divide. New Media & Society, 7(5), 684-700.

– Servon, L.J. (2002). Bridging the digital divide: Technology, Community and Public

Policy. Malden, M.A.: Blackwell Publishing.

– Van Ginneken, J. (2002). De schepping van de wereld in het nieuws. De 100 vertekeningen die elk 1 percent verschil makn. Deventer: Kluwer.

– Afbeeldingen: http://www.kaartenenatlassen.nl, http://www.einclusion.hu

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s